Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen

Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen · Page 7 of 10

De rode appel

De volgende ochtend gingen de dwergen naar hun werk.

“Wees voorzichtig,” waarschuwden ze Sneeuwwitje. “Doe de deur niet open voor vreemden.”

“Dat beloof ik,” zei Sneeuwwitje.

Later die middag klonk het: klop, klop, klop.

Sneeuwwitje keek door het raam. Buiten stond een oude vrouw met een mand vol appels.

“Wil je een mooie appel, lieverd?”

“Nee, dank u,” zei Sneeuwwitje. “Ik mag de deur niet opendoen.”

Maar de appel zag er heerlijk uit. Glanzend. Rood. Perfect.

Uiteindelijk nam Sneeuwwitje hem toch aan door het raam. Ze nam een hap. En plotseling... viel ze in een diepe, magische slaap.

De vermomde koningin glimlachte en verdween het bos in.